Ook op de ISK in Warffum zijn docenten volop bezig met formatief handelen vertelt Sidone Korse, docent rekenen en instructional coach formatief handelen. ‘Het is eigenlijk heel eenvoudig. Je stemt continu af. Komt het aan wat ik vertel? Begrijpen leerlingen het? En wat doe ik daarna? Je moet zorgen dat je alle leerlingen in beeld hebt.’
Niet achterover hangen
De kern van formatief handelen? Veel interactie in de klas en actieve leerlingen. ‘Je wilt niet dat één leerling antwoord geeft en de rest achterover hangt’, legt Sidone uit. ‘Iedereen moet meedoen.’ Dat gebeurt met eenvoudige, maar effectieve werkvormen zoals wisbordjes of korte checkvragen. Dan zeg je 3, 2, 1 en iedereen laat tegelijk het antwoord zien. Je ziet direct wie het snapt en wie niet. Zo kan je als docent meteen bijsturen. ‘Als het niet landt, leg ik het anders uit of doen we een stapje terug. Leerlingen zien zelf ook: dit kan ik al en dit moet ik nog oefenen. Dat motiveert enorm.’
Aandacht
Iedereen krijgt aandacht, vanaf het moment dat leerlingen binnenkomen. ‘We staan bij de deur en begroeten elke leerling. ‘Goedemorgen, pak je spullen maar.’ Dat geeft meteen al het gevoel: ik word gezien. En soms begint dat bij de basis. ‘We leggen ook simpele dingen uit, zoals wat een rekenboek, een potlood of een pen is. Want als je dat niet weet kun je ook niet goed aan de les beginnen.’
Grote verschillen
Op de ISK zijn de niveauverschillen groot. ‘In één klas zit soms iemand die richting vwo gaat en iemand die nog moet leren tellen tot tien’, vertelt Sidone. Dan moet je goed weten waar je naartoe werkt en welke stappen daarvoor nodig zijn.’ De les begint meestal klassikaal, waarna leerlingen op hun eigen niveau verder werken, stap voor stap. En als je dan ziet dat een leerling groeit en zelfvertrouwen krijgt, dan weet je: hier doe je het voor. Dat vind ik fantastisch!’
Meer plezier
Formatief handelen vraagt veel van docenten. ‘Je bent continu bezig, je loopt rond, je kijkt en je stuurt bij. Maar je krijgt er ook veel voor terug.’ Volgens Sidone is het effect duidelijk merkbaar: ‘Er is meer leerplezier, minder onrust in de klas en meer betrokkenheid bij elkaar. Als het goed loopt, heb je een klas die hard werkt én waar het gezellig is.’